Memo van de provincie Noord-Holland ter ondersteuning van het prealabele verzoek van de gemeente Niedorp bij de statencommissie Ruimtelijke Ordening en Grondbeleid


2009-11-26

Op 26 november 2009 werd het bouwplan voor uitbreiding van het bedrijf 'Klaver Koe' te Niedorp bij de statencommissie Ruimtelijke Ordening en Grondbeleid (ROG) voorgelegd.

Het ging hierbij om een 'prealabele' (voorafgaande) vraag of het bedrijf van Klaver voorafgaand aan de vaststelling van de structuurvisie 2040 van de provincie een ontheffing krijgt om uit te breiden. Op dat moment is het maximale bouwblok in de provinciale ruimtelijke verordening nog 1 hectare. Het bedrijf Klaver Koe wil naar een bouwblok van 4,5 hectare.

Op deze pagina wordt hieronder de memo getoond die is geschreven door mevr. Jansma van de provincie Noord-Holland m.b.t. dit verzoek. Deze memo geeft aan graag het plan gehonoreerd te willen zien.

2009-11-26 Origineel: Nota PS-commissie Ruimtelijke Ordening en Grondbeleid m.b.t. prealabele vraag Klaver Koe (pdf)


Nota PS-commissie

B-agenda

Vergaderdatum : 26 november 2009
Commissie voor : Ruimtelijke Ordening en Grondbeleid
Agendapunt nr. :
Briefnummer : 2009-59367
Onderwerp : prealabele vraag Klaver Koe te Winkel, gemeente Niedorp

Portefeuillehouder : L.M. Driessen
Opsteller : S. Jansma
Telefoon : (023) 514 xxxx
E-mail-adres : jansmas@noord-holland.nl
Directie/sector : SHV / Unit Vergunningen Omgeving
Bijgaande stukken : motie 9-3/16-03-09, uitnodiging 26-05-2009 werkbezoek


1. Aan de commissie gevraagde actie

- een oordeel te geven over de prealabele vraag: uitbreiding van een agrarisch bouwvlak of
- beslissing omtrent uitbreiding agrarisch bouwvlak uit te stellen tot na vaststelling structuurvisie.

2. Waarom wordt het aan de commissie voorgelegd?

A. De prealabele vraag past formeel niet binnen het huidige provinciale beleid.
B. De Structuurvisie Noord-Holland 2040 (hierna structuurvisie) waarvoor Provinciale Staten de kaders hebben gesteld is ten tijde van indiening en behandeling van onderhavige prealabele vraag nog in ontwikkeling (momenteel ligt het ontwerp ter visie).
C. De vergroting van het bouwvlak bedraagt meer dan de in de structuurvisie voorgestelde structurele grootte van 2 ha., te weten: 3,2 ha bebouwing en 1,3 ha. tbv de landschappelijke inpassing. NB De locatie bevindt zich in het gebied dat in de structuurvisie is aangewezen voor grootschalige landbouw, waarbij geldt dat met een ontheffingsmogelijkheid van GS vergroting tot 3 of meer ha. mogelijk is. In geval van ontheffing wordt zoals voorgesteld een adviescommissie gehoord, de zogenaamde Adviescommissie Ruimtelijke Ordening.

- Waarom nu (speelt het politiek of maatschappelijk)?
De vraag loopt vooruit op het toekomstig beleid dat nog niet door de Provinciale Staten is vastgesteld.

De vraag speelt echter al geruime tijd (feb. 2009). In de Statenvergadering van 16 maart 2009 is het plan zijdelings aan de orde gekomen in relatie tot het burgerinitiatief “Stop Veefabrieken in Noord-Holland”. Vastgesteld is (motie 9-3/16-03-09, zie bijlage) dat het melkveebedrijf van Klaver géén intensieve dierhouderij betreft. Klaver Koe is nu al bijna 3 jaar bezig met dit initiatief. Er zijn Statenvragen gesteld (08-67).

- De rol van de commissie (Provinciale Staten) in dezen is kaderstellend.

3. Relevante informatie voor de aan de commissie gevraagde actie

• Korte samenvatting van het voorstel.
Het plan betreft een uitbreiding van de bedrijfsbebouwing ten behoeve van de groei van 250 naar 750 koeien. De nieuwbouw betreft een ligboxenstal voor ca. 400 koeien en daarnaast een kantine, potstal, melkstal en een separatiegebouw. Verder zal er een mestzak aangelegd worden voor de opslag van meststoffen en een viertal sleufsilo’s voor opslag van voer. De uitbreiding tot 750 koeien zal gefaseerd plaatsvinden. Voor de landschappelijke inpassing is door Landschap Noord-Holland een erfbeplantingsplan opgesteld passend bij het traditionele Westfriese boerenerf.

De vraag om uitbreiding of schaalvergroting volgt uit de behoefte om zoveel mogelijk zelf te voorzien in een constante kwaliteit van producten; van voer van de koeien tot en met de productie van kaas voor consumptie. Klaver wenst de controle over de bedrijfsvoering binnen de eigen bedrijfskolom in eigen hand te houden. De firma Klaver is een familiebedrijf, bestaande uit onderhavig bedrijf Klaver Koe, daarnaast Klaver Geit en Klaver Kaas. Verder behoren tot het familiebedrijf nog drie kaaswinkels in Noord-Holland, genaamd Zelfkazer. De (dagelijkse) continuïteit van bedrijfsvoering is gegarandeerd door de aanwezigheid van voldoende en gekwalificeerde arbeidskrachten binnen het familiebedrijf (broers, neven).

• Wat is de (voor)geschiedenis van dit onderwerp in de commissie of PS ?
Op 26 mei 2009 hebben leden van uw Commissie een werkbezoek gebracht aan de familie Schilder te Hensbroek en vervolgens aan het bedrijf van Klaver zelf te Winkel (zie bijgevoegde uitnodiging). Tijdens deze bezoeken is een goede indruk gekregen van de zorgvuldigheid waarmee het plan wordt voorbereid en de betekenis van uitbreiding van de melkveehouderij voor Klaver.

• Wat is het beleidskader (kaderstelling) van het voorstel?
Het geldend provinciaal beleid gaat uit van een omvang van het agrarische bouwvlak van 1 ha. waarbij gemeenten in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid voor een grotere omvang kunnen opnemen.
Het toekomstig beleidskader in de structuurvisie behelst een omvang van het agrarisch bouwvlak van 2 ha, groter is mogelijk met een ontheffing te verlenen door GS na advies van de ARO ( zie punt 2 sub b.).

Reeds in het “Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord” is geconstateerd dat de tendens naar schaalvergroting en intensivering in de agrarische sector zich zal voortzetten vanuit een economisch perspectief. Schaalvergroting brengt ook de behoefte aan grotere bouwpercelen met zich mee. Uitgangspunt daarbij is de waarborging van de ruimtelijke kwaliteit. Bedrijven van een dergelijke omvang zullen mogelijk in de toekomst vaker voorkomen. Gelet echter op de miljoeneninvesteringen die daarmee gemoeid zijn, het bijbehorende ruimtevraagstuk en de markteconomische omstandigheden zal het aantal grootschalige grondgebonden (niet-intensieve) veehouderijbedrijven een relatief klein aantal bedragen. Dit mede gezien de omvang van het gebied voor grootschalige landbouw dat daarvoor wordt voorgesteld in de structuurvisie Noord-Holland 2040, waarbij grondgebonden melkveebedrijven nadrukkelijk worden onderscheiden van niet-grondgebonden intensieve dierhouderij. Ter vergelijking: in de provincies Friesland en Groningen tezamen zijn er ongeveer tien melkveebedrijven die gefaseerd tot een dergelijke omvang kunnen uitgroeien (bron LTO-Noord).

• Wat is de keuzevrijheid en beargumenteer de keuze van de voorgestelde oplossing? Wat ligt in het voorstel vast en wat niet ?

* Het betreft een prealabele vraag voor de uitbreiding van het agrarisch bouwvlak met 3,2 ha bebouwing en 1,3 ha ten behoeve van een beplantingsplan in het kader van de landschappelijke inpassing (totaal 4,5 ha.). Wanneer hiermee kan worden ingestemd zal er een bestemmingsplan in procedure worden gebracht.
Klaver Koe heeft in samenspraak met de gemeente een bestemmingsplan voorbereid dat binnenkort in vooroverleg ter beoordeling aan de provincie zal kunnen worden voorgelegd conform de afspraken die zijn gemaakt in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Hierin staan alle afwegingen in het kader van alle overige facetten van een goede ruimtelijke ordening (water, lucht, milieu, archeolgie, bodem etc.). Het bestemmingsplan volgt de Wro-procedure waarbij belanghebbenden gebruik kunnen maken van de daarin geboden rechtsmiddelen (inspraak – zienswijze – beroep).
Ten aanzien van het bestemmingsplan beoordeelt de provincie de reguliere provinciale belangen in het kader van ruimtelijke plannen. Dat houdt in dat er tot vaststelling van de Structuurvisie Noord-Holland 2040 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie wordt getoetst aan het geldend beleid ingevolge het Overgangsdocument geldend streekplanbeleid en de Provinciale ruimtelijke verordening Noord-Holland 2009.

* Alternatieve keuze is dat er niet met de uitbreiding kan worden ingestemd. In dat geval zal Klaver één of meer andere agrarische bedrijven in Noord-Holland aankopen. Dit levert grote logistieke, bedrijfseconomische en beheertechnische problemen. Logistiek door veelvuldige voer-, vee- melk- en afvalstoffentransporten, bedrijfseconomisch door kwaliteitsverlies; aanschaf van verschillende agrarische bouwvlakken (zonder weidegrond, want die is in ruime mate aanwezig bij de ‘moedervestiging’); sloop- en bouwkosten; loonkosten extra personeel en voor het voeren verschillende administraties en beheertechnisch omdat op elke locatie een bedrijfsleider aanwezig moet zijn die zich moet conformeren aan de bedrijfsvoering van Klaver Koe.

* Ander alternatief is dat de beslissing wordt uitgesteld tot de vaststelling van de structuurvisie. Nadeel hiervan is dat dit wederom uitstel, onzekerheid en inefficiëntie omtrent bedrijfsvoering voor Klaver betekent die al bijna drie jaar in de wachtstand staat, terwijl het plan bij instemming en ontheffing vervolgens dan nog een hele bestemmingsplanprocedure moet doorlopen.


• Welke effecten beoogt het voorstel ?
Beoogd wordt dat de gemeente Niedorp het bestemmingsplan Klaver Koe in procedure kan brengen waarbij -met voorbehoud van de andere afwegingen in het kader van de provinciale belangen- de mogelijkheid wordt geboden om het agrarisch bouwvlak uit te breiden tot 4,5 ha. inclusief 1,3 ha landschappelijke inpassing.

• Wat zijn de financiële aspecten en eventuele financiële risico’s?
Er zijn voor de provincie geen financiële belangen in het geding.

• Met welke partners is gesproken en hoe is de communicatie naar verschillende partijen in de Noord-Hollandse samenleving geregeld?
Overleg heeft reeds plaatsgevonden met LTO-Noord, de gemeente Niedorp en omwonenden. Eén van de omwonenden heeft bezwaar tegen de melkveehouderij en de uitbreiding. De gemeente probeert in dit conflict te bemiddelen. Met de bestemmingsplanprocedure vindt communicatie plaats met andere partners en belangenhebbenden.

• Op basis van welke criteria wordt de inhoud (het beleid) van het voorstel geëvalueerd?
Belangrijkste punt is de landschappelijke inpassing ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit.

4. Proces en procedure

- Hoe ziet het proces na de behandeling (besluitvorming) van het voorstel eruit? Wat is de planning en de aanpak voor de realisering van het voorstel?

o Voor een bouwvlak met een dergelijke omvang is bij het van kracht worden van de Structuurvisie Noord-Holland 2040 en de daarbij behorende ruimtelijke verordening, naar verwachting maart 2010, een ontheffing vereist. Wanneer het bestemmingsplan na het van kracht worden van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie in procedure wordt gebracht zullen GS bij een verzoek tot ontheffing een definitief besluit nemen.
o Als het bestemmingsplan voordien in procedure wordt gebracht zal dit, gelet op de Wet ruimtelijke ordening worden beoordeeld aan de hand van de provinciale belangen zoals die zijn vastgelegd in het Overgangsdocument geldend streekplanbeleid en de Provinciale ruimtelijke verordening Noord-Holland 2009. Dit betekent dat bij instemming geen zienswijze zal worden ingediend op de grootte van het agrarisch bouwvlak.

- Wanneer, hoe en door wie heeft evaluatie plaats ?

Evaluatie vindt plaats bij de toetsing van het bestemmingsplan, de vaststelling van de structuurvisie en bijbehorende verordening. Evaluatie van het toekomstig beleid vindt plaats bij de herziening van structuurvisie en de bijbehorende verordening en bij een soortgelijk nieuw verzoek tot uitbreiding van een bouwvlak tot een dergelijke omvang.



In te vullen door de statengriffie (indien nodig):
Advies commissiegriffier: