Verslag van de behandeling van het prealabele verzoek bij de commissie ROG


2009-11-26

Hieronder het verslag van de vergadering van die avond. Alle teksten van de sprekers zijn niet volledig weergegeven. Wij zullen onze eigen tekst binnenkort gaan toevoegen. De uitspraken van de heer Klaver zijn niet volledig weergegeven (o.a. dat hij 300 hectare land zou gaan aankopen voor de benodigde weidegang, dit zei hij nadat hij vertelde geen geld meer te hebben door het vele procederen (?)). De teksten zijn bij de griffier op te vragen en staan tevens op een geluidstape.

2009-11-26 Origineel: Verslag PS prealabele vraag Klaver Koe (doc)


Verslag van de Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondbeleid (ROG)

Datum commissievergadering 26 november 2009
Commissiegriffier : mw. N. Takkenberg

Aanwezig:

Voorzitters A.F. Kraak
Griffier mw. N. Takkenberg
leden van de commissie
CDA : mw. N. D.K. Eelman-‘t Veer, mw. M. Nagel
CU-SGP : J.A. Kardol
D66 : H.W. Struben, mw. J. Geldhof
GroenLinks : H. Binnema, mw. A.P. van Heijst
ONH : B. Bouberg Wilson, P. J. Bruijstens
PvdA : E. Wagemaker
PvdD : R. van Oeveren, B. van Liere
SP : N.C.M. Deckwitz, F.J. Gersteling, R.J. de Graaf
VVD : mw. D. G.M. de Grave-Verkerk, J.J.W. van Run
Gedeputeerden: mw. L. M. Driessen (VVD), mw. S. Baggerman (CDA)
Ambtenaren : dhr. Strijp, J.A. Oortman Gerlings, de heer G. Valster ,mevrouw B. Verbeek;
mevrouw S. Jansma.
Insprekers : mw. M. Brugman, mw. S. Piscaer, A. Box, J. Klaver
Notulist : Verslagbureau Stan Verschuuren / Dorothé Wijnen

Agenda punt 11. Prealabele vraag Klaver Koe te Winkel gemeente Niedorp

11. Prealabele vraag Klaver Koe te Winkel gemeente Niedorp
- insprekers
Mevrouw Brugman spreekt in om haar bezwaren kenbaar te maken tegen het mogelijk maken van uitbreiding voor het bedrijf Klaver Koe.

Mevrouw Piscaer spreekt in als representant van de Dierenbescherming Noord-Holland noord, Milieudefensie en de vele duizenden mede-indieners van het burgerinitiatief tegen mega-stallen. Zij licht toe welke bezwaren er kleven aan veehouderijen met een omvang als bij Klaver Koe wordt nagestreefd en roept de provincie op daar geen medewerking aan te verlenen.

De heer Box spreekt in om te wijzen op de vele juridische misstanden waarvan nu al sprake is bij bedrijf Klaver Koe. Hij is van mening dat het bedrijf allerlei regels overtreedt waardoor het welzijn van de omwonenden in het geding is. Hij roept op daar paal en perk aan te stellen en zeker geen positief oordeel te geven over de prealabele vraag voor uitbreiding van agrarisch grondvlak.
(Op schrift gestelde versie van de inbreng is via de griffie beschikbaar.)

De heer Klaver spreekt in om de commissie uit te leggen dat gronduitbreiding voor het voortbestaan van melkveehouderij Klaver, in feite een conglomoraat van vier familiebedrijven, dringend noodzakelijk is. Hij spreekt tegen dat het bedrijf regels aan zijn laars lapt en dieren niet verzorgt volgens richtlijnen die voor dierenwelzijn zijn opgesteld. Inmiddels is er voor het bedrijf een milieuvergunning afgegeven om 750 koeien te mogen houden. Het ontwerp van de stal die voor de huisvesting van de koeien moet dienen is al bij de Welstand ingediend en er is mee ingestemd. Hij hoopt dat hij de medewerking van de provincie krijgt die nodig is om zijn plannen uit te voeren omdat er anders geen toekomst is voor het bedrijf. Hij betreurt het dat de twee nieuwe buren overlast ervaren van het bedrijf, maar merkt daarbij wel op dat alle andere buren die er al veel langer wonen nooit overlast hebben gehad en daar ook nu niet mee komen.

De heer Wagemaker (PvdA) brengt in herinnering dat de commissie tijdens een werkbezoek is ontvangen op het bedrijf Klaver Koe. Toen is aan de orde gesteld of ook een optie was om het gehele bedrijf te verhuizen naar de Wieringermeer. Toen is ’ja’ gezegd. Geldt dat nog steeds?

De heer Klaver denkt dat daar misschien wel over te praten valt, maar inmiddels hebben de vier families al zoveel moeten procederen dat het geld opraakt en er wellicht niet meer genoeg geld is om te verhuizen.

- commissie
De voorzitter meldt vooraf dat alleen de ruimtelijke ordeningsvraag, zijnde de kwestie van de gronduitbreiding, aan de orde is. Daarmee zijn alle andere vragen buiten de orde, ook die te maken hebben met dierenwelzijn of –ethiek. Hij kondigt aan een ieder te onderbreken die zaken inbrengt die buiten de orde zijn.

De heer Van Run (VVD) ziet zich geconfronteerd met een moeilijk dossier. Regels die gelden voor het gebied waarin het bedrijf is gevestigd gaan wijzigen omdat er een Structuurvisie opgesteld gaat worden. Verder speelt dat een motie is aangenomen waarin GS wordt opgedragen om nieuwe vestigingen van intensieve veehouderijen tegen te gaan. In een eerdere discussie is bepaald dat dit bedrijf daar niet onder valt omdat het hier niet gaat om een nieuwe vestiging maar om uitbreiding. Omdat het bedrijf inmiddels al erg lang in onzekerheid verkeert, lijkt hem dat daar nu een einde aan moet komen. Zijn reactie is dat hij in dezelfde lijn als GS reageert op de prealabele vraag.

De heer Wagemaker (PvdA) is van mening dat met de vraag vooruit gelopen wordt op de discussie die nog gevoerd moet worden om tot vaststelling van de Structuurvisie te komen. Hij vindt dat niet op zijn plaats en wil niet dat de prealabele vraag nu al beantwoord wordt. Hij erkent dat de problemen waarmee het bedrijf Klaver Koe al lang kampt, zo langer blijven duren, maar alleen als de Structuurvisie er ligt kan op goede gronden het oordeel worden gegeven dat nu wordt gevraagd.

Mevrouw Eelman (CDA) realiseert zich dat het gaat om een prealabele vraag omdat het antwoord vraagt dat vooruitgelopen wordt op nog niet vastgesteld beleid. ’Technisch’ gezien kan zij de vraag om die reden simpel naast zich neerleggen en de indieners vragen geduld te hebben totdat het beleid is vastgesteld. Haar fractie kiest er echter voor om vooruitlopend op de beleidsvaststelling al een standpunt in te nemen omdat daar redenen voor zijn. Zo is het bedrijf al drie jaar bezig om uitbreiding te realiseren omdat dat noodzakelijk is voor het voortbestaan van het familiebedrijf. Zonder uitbreiding, zo is door de belanghebbenden betoogd, is geen rendabele exploitatie meer mogelijk en zal het bedrijf ten onder gaan. Zij benadrukt dat het hier niet gaat om plannen die leiden tot intensieve veehouderij, maar het gaat om een familiebedrijf dat niet kan voortbestaan als geen uitbreiding mogelijk is. Dat is ook duidelijk geworden tijdens de excursie voor de commissie die door de bedrijfseigenaren is georganiseerd. Nu al drie jaar is gewacht, is de situatie nog urgenter geworden. Gezien het verloop van de discussies die al gevoerd zijn over de Structuurvisie schat zij in dat daarin de uitbreiding die de familie Klaver vraagt mogelijk te maken, inpasbaar is. Vervolgens is de gemeente aan zet om de gevraagde schaalvergroting te begeleiden en het uiteindelijke inpassingsontwerp komt ter beoordeling terug bij de Staten. Zo blijft het provinciale toezicht op de waarborging van ruimtelijke kwaliteitseisen gehandhaafd. Welke vorm de begeleiding krijgt, vraagt in haar fractie nog vervolgdiscussie. Zij heeft er echter vertrouwen in dat daar een goede oplossing voor te vinden is, bijvoorbeeld door de ARO-procedure daarmee gelijk te laten lopen. Gezien de aangeleverde informatie en de bevindingen bij de excursie geeft haar fractie een positief antwoord op de pralabele vraag. Haar argumenten zijn in het voorgaande al beknopt aan de orde gekomen, maar zij expliceert deze nogmaals. De schaalvergroting die de bedrijfseigenaren beogen is noodzakelijk om als familiebedrijf voort te kunnen bestaan en is niet vergelijkbaar met een ’veefabriek’. Het plan houdt nog steeds in dat sprake is van een grondgebonden melkveebedrijf. Omdat clustering van vier ’losse’ familiebedrijven op een locatie plaatsvindt, is de schaal misschien vergelijkbaar met een intensieve veehouderij, maar de intentie is anders. Door met elkaar samen te werken, ontstaan logistieke en economische voordelen waar ook het milieu bij gebaat is. Ook dat telt voor de CDA-fractie mee om tot een positief oordeel te komen. Zij heeft geconstateerd dat voor de plannen van de familie Klaver ook draagvlak is binnen de gemeente en dat gezamenlijk is opgetrokken om uitbreiding mogelijk te maken, inclusief de waarborg dat sprake zal zijn van een landschappelijke inpassing die voldoet aan gemeentelijke en provinciale eisen.

De heer Gersteling (SP) leest in de flap bij het agendapunt dat ‘Vastgesteld is (…) dat het melkveebedrijf van Klaver géén intensieve dierhouderij betreft.’ Hij is het daar niet mee eens omdat de vaststelling gebaseerd is op motie 9-13/16-03-09 waarin in de overwegingen staat dat ‘.. een melkkoeienbedrijf voor 750 koeien in Niedorp beschouwd moet(en) worden als nieuwe intensieve veehouderij(en) (…);’ . Zijn fractie blijft bij haar standpunt dat zij geen grootschalige veehouderijen wil, ook niet als straks de nieuwe PSV (= Provinciale StructuurVisie) is vastgesteld. Vanuit GS ligt er nu het voorstel een gebied binnen de Wieringermeer aan te wijzen voor intensieve veehouderij. Zijn fractie zal zich ook daartegen verzetten, maar al met al gaat het nog steeds niet om het gebied waarvoor in de prealabele vraag aan de orde komt uitbreiding van gebied voor melkveehouderij toe te staan. Hij ervaart de aanvraag als strijdig met huidige en toekomstige regelgeving en spreekt zich uit tegen de voorgestelde reactie van GS op de prealabele vraag. De kwestie moet toch echt eerst bij de PSV-vaststelling aan de orde zijn gekomen. Hij beluistert dat voor het bedrijf het wachten al drie jaar duurt. Dat is lang, maar aangezien de besluitvorming over het PSV niet echt lang meer zal duren, moet dat dan maar.

De heer Van Liere (PvdD) betreurt het dat met deze prealabele vraag toch wordt vooruitgelopen op de discussie die in het kader van het vaststellen van de Structuurvisie nog moet plaatsvinden. Daarin zijn al stappen gezet en hij noemt expliciet de motie die in PS is aangenomen als vervolg op het burgerinitiatief Stop Veefabrieken. PS heeft daarin als haar standpunt bepaald dat het provinciale beleid om nieuwvestiging van intensieve veehouderijen tegen te gaan moet worden gehandhaafd en dat dit standpunt als bouwsteen dient voor de PSV.

Mevrouw Eelman (CDA) geeft aan dat zij niet wil afwijken van de standpuntbepaling maar dat is niet van toepassing op de case van de familie Klaver omdat daar bijzondere omstandigheden gelden en er geen sprake is van intensieve veehouderij zoals omschreven in de motie.

Het criterium om te bepalen of er sprake is van intensieve dierhouderij is het oppervlak dat per dier beschikbaar is. Wat dat oppervlak exact is, doet nu niet ter zake. Hij begrijpt uit de uitleg van de heer Klaver dat hij een zeer verantwoorde wijze van bedrijfsvoering nastreeft. Hij verschilt met de heer Klaver van mening dat de wijze van bedrijfsvoering verantwoord is voor het welzijn van de koe.

De koe wordt ingepast in de bedrijfsvoering en zo is sprake van industrialisatie waar zijn partij niet in wil meegaan. In zijn optiek is een koe in het landschap onderdeel van de landschappelijke kwaliteit. Als Klaver Koe uitbreidt naar een bedrijf met 750 koeien gebeurt dat met inperking van weidegang en kwalijke milieueffecten. Dat rijmt niet met gewenst grondgebruik en ’vrije’ koeien in de wei levert het ook niet op. Een bedrijf met deze omvang zal ook niet inpasbaar zijn in de regeling Natura 2000 en hij vraagt dat ook mee te nemen als argument om niet voor de uitbreiding te zijn.

De heer Van Liere (PvdD) is door de voorzitter herhaaldelijk onderbroken en tenslotte afgekapt omdat de voorzitter van mening was dat zijn inbreng te ver afweek van het ter discussie gestelde agendapunt. De heer Van Oeveren (PvdD) heeft bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop de voorzitter heeft ingebroken op de inbreng vanuit zijn fractie bij dit punt.

De heer Struben (D66) sluit voor zijn standpuntbepaling bij de prealabele vraag aan bij wat bij motie in maart jl. in de Staten is overeengekomen. Hij begrijpt dat hij zo niet tegemoet komt aan de beantwoording van de vraag waarop Klaver Koe nu al zo graag (gedeeltelijk) uitsluitsel had gekregen, maar dat is niet anders.

Mevrouw Van Heijst (GrLi) is ertegen als nu al vooruitgelopen wordt op eventuele uitbreiding van het bouwblok dat in de prealabele vraag aan de orde wordt gesteld. In discussies tot nu toe is steeds sprake geweest van bebouwing van maximaal 1 ha. Enige rek lijkt onontkoombaar, maar om nu al te anticiperen op een mogelijk bouwoppervlak van 4,5 ha gaat haar te ver. Het juiste moment om deze discussie te voeren is als de vaststelling van de Structuurvisie aan de orde is. Zij wil niet ingaan op de prealabele vraag. Zij heeft nog wel de vraag waarom geen zienswijze wordt ingediend omdat de gemeente heeft aangekondigd de wijziging van het bestemmingsplan op korte termijn in procedure te brengen?

Mevrouw Driessen (ged.) zou het onfatsoenlijk vinden als de ondernemer nog langer in het ongewisse wordt gelaten. Op het moment dat zij de aanvraag onder ogen kreeg, heeft zij zich er in verdiept en zowel een bezoek gebracht aan een bedrijf dat al de omvang van 750 melkkoeien had alsook aan Klaver Koe. Bij het bedrijfsbezoek aan Klaver Koe was ook de wethouder van Niedorp betrokken en hij heeft een warm pleidooi gehouden om het voortbestaan van het bedrijf veilig te stellen. Alles overziend heeft zij gemeend dat het antwoord op de prealabele vraag ‘ja’ moet zijn. Schaalvergroting komt hier ten goede aan de dieren. Dat was voor haar ook een openbaring, maar in haar afweging heeft het een belangrijke rol gespeeld. Zij erkent dat het op formele gronden juist is niet nu, maar na vaststelling van de Structuurvisie de prealabele vraag aan de orde te stellen. De financiële nood van het bedrijf is inmiddels zo groot geworden, dat dat niet verantwoord is.

Tweede termijn
De heer Wagemaker (PvdA) kan zich voorstellen dat er nogal wat boeren zijn met een vergelijkbaar probleem. Is het dan wel juist voor één een uitzondering te maken en wat gebeurt er als deze werkwijze navolging krijgt? Het onderdeel hoort thuis in de Structuurvisiediscussie en hij blijft erbij dat niet vooruit mag worden gelopen op zaken die daarin vastgesteld worden.

Mevrouw Eelman (CDA) wil niet de argumenten herhalen waarom zij het wijs vindt de prealabele vraag nu al te beantwoorden. Zij erkent dat dit voorbeeld dan navolging kan krijgen. Dat is dan zo, maar per case zal zij elke keer opnieuw de afweging maken. De discussie over de intensieve veehouderij wil zij niet uit de weg gaan. Het gaat om een ingewikkelde vraag. Binnen haar fractie wordt daar nog verder over gesproken en ook in ander verband zal zij daarmee doorgaan. In dit geval heeft de doorslag gegeven dat het gaat om een familiebdrijf dat al vele jaren melkkoeien houdt en heeft aangegeven niet verder te kunnen zonder dat toestemming wordt gegeven voor uitbreiding. Daarom geeft zij ’groen licht’ bij de prealabale vraag om voor dit bedrijf schaalvergroting toe te staan. Het is een grondgebonden bedrijf en zal dat na uitbreiding ook blijven. Grondgebondenheid en Structuurvisie blijven één zodat zij niet ziet dat daar een probleem uit kan voortvloeien.

De heer Gersteling (SP) beluistert dat in de discussie nog niet is uitgekristalliseerd wanneer sprake is van intensieve veehouderij. Helaas ondervindt Klaver Koe daar hinder van, maar hij vindt het onterecht dat de gedeputeerde suggereert dat met het bedrijf gesold wordt. De Structuurvisie is nu eenmaal nog niet vastgesteld. Dat is vervelend. De provincie opereert echter pas onfatsoenlijk als er regels zijn die niet worden toegepast. ‘Pijn in de portemonnee’ hebben ook veel boeren maar dat kan echt geen argument zijn om anders te werk te gaan dan past in de provinciale kaders. Hij handhaaft zijn standpunt dat de prealabele vraag terzijde moet worden gelegd en spreekt er zijn verbazing over uit dat partijen die eerder hebben ingestemd met de motie burgerinitiatief ‘Stop Veefabrieken’ nu al weer afwijken van het standpunt dat daarin is bepaald.

De heer Van Liere (PvdD) vindt het onwenselijk dat bedrijf Klaver Koe doorgroeit naar de omvang die hen voor ogen staat. De provincie zou niet eens moeten willen om daar haar medewerking aan te verlenen. Ook formeel gezien is het niet juist nu al een voorstel te doen. Hij vraagt erop terug te komen in het kader van de PSV-vaststelling.

De heer Struben (D66) handhaaft zijn standpunt in eerste termijn.

Mevrouw Van Heijst (GrLi) heeft alle begrip voor de empathie van de gedeputeerde voor gevallen als waarmee de heer Klaver haar heeft geconfronteerd. Er zijn echter veel bedrijven die in onzekerheid verkeren zolang de Structuurvisie niet is vastgesteld. Zij is er niet mee akkoord als dit bedrijf een voorkeursbehandeling gaat krijgen. De gebruikelijke procedure moet worden doorlopen. Inmiddels zijn daarvoor randvoorwaarden bepaald en de standpuntbepaling in de motie die in maart jl. in PS is aangenomen maakt daar deel van uit. Dat standpunt maakt ook dat het haar prematuur lijkt als GS nu al haar (positief) oordeel geeft over uitbreiding van een agrarisch bouwvlak.

Mevrouw Driessen (ged.) zal alle overwegingen meenemen om tot een definitief beoordeling te komen van de prealabele vraag.

De voorzitter constateert dat, gerekend in aantallen van aanwezige fracties, 23 PS-leden voorstellen nu het voorstel van GS over te nemen, 17 willen de prealable vraag pas aan de orde stellen nadat de Structuurvisie is vastgesteld en 11 leden geven aan nu en in de toekomst tegen de uitbreidingsplannen van Klaver Koe te zijn en daarmee de prealabele vraag steeds anders beantwoorden dan nu vanuit GS wordt voorgesteld.